Meer weten over het project?

Legendes van Deze Stadje: De HoHond

Elk inwoner van Deze Stadje weet het: deze plek zit vol met mythes en legendes. A (van het museum), conservator van het historisch museum van Deze Stadje, vertelt je hier elke maand over geheimzinnigste mysteries en sterkste verhalen uit de veelbewogen geschiedenis van ons dorp! Deze week: de legende van de angstaanjagende HoHond.

hodag1

De HoHond
De mysterieuze Hohond van Deze Stadje werd voor het eerst gezien in de herfst van het laatste jaar van de vorige eeuw, diep in de bossen achter de pulpfabriek. E, een houthakker, fervent gokker en dorpspaljas, kwam het beest tegen toen hij op jacht was naar eekhoorns. Hij had het dier -waarover de houthakkers onderling vaak spraken met groot ontzag- nog nooit in het echt gezien.

Plotseling stond hij daar oog in oog met een twee meter lang, hagedisachtig monster. Zijn hoofd was onredelijk groot voor zijn lichaam, en uit zijn hoofd groeiden twee hoorns. Hij had grote slagtanden en felgroene ogen. Zijn lichaam was bedekt met kort, zwart haar, en zijn lichaam was robuust en gespierd. Op zijn rug groeiden stekels die uitkwamen in een lange staart. Terwijl het beest zich omdraaide om zijn onwelkome gast te ontmoeten, spuwden er vlammen uit zijn neusgaten, en een afschuwelijke stank, die E later zou omschrijven als ‘een mengeling van buizerdsvlees en stinkdierparfum’ vulde de lucht.

Toen E probeerde te vluchten, struikelde hij over een uitstekende tak, en hij viel met zijn rug op de grond. De HoHond sprong op hem af met open bek, en even dacht E dat zijn laatste uur geslagen had. De HoHond beet hem echter niet gelijk doormidden, maar begon hem te besnuffelen met zijn rokerige neus. E voelde zijn wimpers en wenkbrauwen wegbranden onder het vuur van de HoHond. Maar in plaats van hem op te eten, draaide de HoHond zich ineens van hem af met een zekere minachting, en E hoorde een stem in zijn hoofd, een diepe basstem die niet van een mens had kunnen komen, maar die ook onmogelijk van de HoHond zelf had kunnen zijn. De stem sprak hem toe:

‘Wat doe jij hier? Het is jouw tijd nog helemaal niet! Maak dat je hier wegkomt en zorg dat je pas over twee jaar weer terugkomt.’

Zo snel als zijn benen hem konden dragen rende E naar huis, en dezelfde nacht zette hij nog een jacht op naar HoHond, samen met de andere houthakkers. Maar de HoHond werd nooit meer gevonden, en langzaam maar zeker vergaten de dorpelingen uit Deze Stad van deze wonderlijke gebeurtenissen. Iedereen, behalve E. Hij bleef iedere nacht dromen van de felgroene ogen van de HoHond. Hij probeerde werk te vinden in een ander dorp, maar hij werd nergens aangenomen. En de laatste keer dat men hem zag in Deze Stadje, was twee jaar na zijn eerste ontmoeting met de HoHond. Hij liep met gesloten ogen door de straten van het dorp, en toen de andere dorpelingen hem vroegen waar hij heen ging, antwoordde hij alleen maar:

‘Ik heb een afspraak. Ik heb een afspraak…’

archief

nep-reclame nep-reclame nep-reclame nep-reclame